Te veel schildklierhormoon

Hyperthyreoïdie

Hyperthyreoïdie of een overmaat aan schildklierhormoon in het bloed is zeldzaam bij kinderen en adolescenten.

De voornaamste oorzaken zijn :

  • een antistof die de schildklier voortdurend stimuleert om hormonen te maken : de ziekte van Graves-Basedow
  • een knobbel (of knobbels) in de schildklier die ongecontroleerd veel schildklierhormoon maakt
  • een ontsteking van de schildklier die plots veel schildklierhormoon vrijstelt

 

 

De schildklier is een vlindervormig orgaan in de hals die schildklierhormoon produceert.  Schildklierhormoon wordt ook wel thyroxine of T4 genoemd. De thyroxine productie staat normaal onder de controle van het schildklier stimulerend hormoon (TSH) dat door de hypophyse wordt gemaakt. Bij de ziekte van Graves maakt het afweersysteem antistoffen aan die de werking van TSH kunnen nabootsen. Hierdoor maakt de schildklier veel te veel thyroxine aan. De grote hoeveelheid schildklierhormoon onderdrukt de aanmaak van het TSH maar stimuleert de werking van heel wat organen. Het hart gaat sneller kloppen, de darmen werken sneller, de spieren maken meer warmte aan, de hersenen zijn actiever hetgeen kan leiden tot concentratiestoornissen en zenuwachtigheid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De gevolgen van teveel schildklierhormoon zijn zeer wisselend, ondermeer :

  • Het altijd te warm hebben en veel zweten
  • Zenuwachtigheid, concentratiestoornissen, slecht slapen
  • Snelle pols eventueel met hartritmestoornissen
  • Gewichtsverlies ondanks veel eten
  • Buikkrampen en diarhee
  • Menstruatiestoornissen

Tijdens het lichamelijk onderzoek kan men opmerken :

  • Groeiversnelling
  • Snelle pols en hoge bloeddruk
  • Fijne bevingen van de handen
  • Snelle peesreflexen
  • Opgezwollen schildklier (bij ziekte van Graves), of knobbel in de schildklier
  • Wijd opengesperde ogen (exoftalmie) ( bij ziekte van Graves)

 

Bij een bloedanalyse is het schildklierhormoon (T4) te hoog en het TSH zeer laag. Bij de ziekte van Graves zijn er anti TSH receptor antistoffen (soms TSI genoemd) te vinden.
isotopnescan schildklier nlIndien de arts vermoedt dat het om een schildklierproducerende knobbel gaat, zal hij/zij een isotopenscan (scintigrafie) met radio-actief jodium of technetium laten doen.  Daarop kan je zien dat een kleine zone heel actief is (« warme » knobbel) en de rest van de schildklier in rust is.

 

 

 

De ziekte van Graves kan men behandelen met medicijnen,  het toedienen van radioactief jood of  een operatie. Omdat de ziekte soms spontaan verdwijnt, begint men met medicamenten : thiamazol (merknaam Strumazol®). Vroeger werd ook propylthiouracil gegeven maar dit medicament wordt liever niet meer gebruikt omdat het blijvende, ernstige leverschade kan veroorzaken . Indien er een snel hartritme bestaat of er hartritmestoornissen zijn, dan geeft men tijdelijk ook een betablokker om het hartritme terug normaal te maken.

Door de toediening van thiamazol zal de schildklierhormoonproductie vaak bijna volledig stilvallen en geeft men extra schildklierhormoon om de waarden in het bloed terug normaal te maken.

Indien de TSH receptor antilichamen verdwijnen stopt men de behandeling en kijkt men of de ziekte terugkomt. Die kans is redelijk groot : 30 tot 50 % ! Bij jonge kinderen wordt de thiamazol dan opnieuw gestart. Bij oudere kinderen kan men kiezen voor de vernietiging van de schildklier door de toediening van radioactief jodium of voor een operatie waarbij men de volledige schildklier wegneemt.