Schildklierknobbel

Knobbel in de schildklier

schildklierknobbel

Een knobbeltje in de schildklier kan per toeval ontdekt worden tijdens het klinisch onderzoek.

Wanneer men een echografie van de schildklier doet, vindt men bij tot 2 % van de kinderen één of meerdere knobbeltje(s) in de schildklier  Soms ontdek je zelf (of je familie of  vrienden) of een arts bij toeval een schildklierknobbel.  Meestal echter wordt een schildklierknobbel niet opgemerkt.  Je hebt meer kans op een schildklierknobbel als je een tekort aan jodium hebt, als je een auto-immune schildklierziekte hebt, als je vroeger bestraald werd in de halsregio of wanneer je blootgesteld was aan radioactieve stoffen uit bvb een nucleaire centrale (bvb Chernobyl).  Meisjes hebben iets meer kans dan jongens. In sommige families komen schildklierknobbels voor als een onderdeel van bepaalde erfelijke aandoeningen.

Niet alle zwellingen in de hals zijn schildklierknobbels. Meestal gaat het om vergrote lymfeklieren en soms om een zwelling in het midden van de hals maar boven de schildklier. Het gaat dan om een ‘thyreoglossuscyste”, een overblijfsel van de weg waarlangs de schildklier voor de geboorte is afgedaald.

Thyreoglossuscyste

 

 

 

 

De meeste knobbels in de schildklier zijn goedaardig: het zijn kleine cysten, of een lokale overgroei van schildkliercellen of goedaardige tumoren (adenomen) maar sommige zijn kwaadaardig (carcinomen) Het is dus van groot belang om een schildklierknobbel te laten onderzoeken door een arts.

Meestal heb je geen last van een schildklierknobbel en is de functie van de schildklier normaal.  Uitzonderlijk produceert een knobbel teveel schildklierhormoon. Je krijgt dan klachten zoals beschreven onder “hyperthyreoïdie”: zweten, snel hartritme, vermageren, enz. Dokters spreken dan over een “warme nodulus”. Soms voel je een vervelende “druk” in de hals, ben je hees of zijn er ook lymfeklieren gezwollen aan de zijkant van de hals.

Naast een bloedonderzoek zal er eerst een echografie van de schildklier verricht worden. Als er teveel schildklierhormoon in het lichaam is, zal men met een “iodium of technetium scan” kijken waar de knobbel zit die  te veel schildklierhormoon maakt. De schildklierhelft waar die knobbel inzit wordt dan chirurgisch verwijderd.  Het probleem is dan meestal voor goed van de baan.

Echografie van de schildklier

Meestal is de schildklierfunctie normaal. Als na de echografie het niet helemaal duidelijk is wat de knobbel juist is en als die meer dan 1 cm groot is,  wordt er met een fijne naald in de knobbel geprikt (fijne naald biopsie).

Fijne naald biopsie en een uitstrijkje van schildkliercellen (blauw) onder de microscoop.

Er worden cellen opgezogen en het weefsel wordt onder de microscoop onderzocht. Meestal  is het een goedaardige knobbel: men zal dan om de 6-12 maanden elk de echografie herhalen om de evolutie van de knobbel te volgen. Is het resultaat onduidelijk of groeit de knobbel sterk aan dan wordt meestal geadviseerd om de aangetaste schildklierlob chirurgisch te verwijderen.

Is het weefsel van de biopsie kwaadaardig dan wordt vaak de volledige schildklier verwijderd. Eén of meerdere bijschildklieren( zie sectie bijschildklier) die aan de schildklier vast zitten,  worden ter plaatse gelaten of getransplanteerd op een andere plaats. De mogelijke complicaties van deze operatie zijn: een (lelijk) litteken in de hals, beschadiging van een zenuw waardoor je hees wordt en een, meestal tijdelijke, daling van het bijschildklierhormoon- en calciumgehalte in het bloed. Indien niet alle kankerweefsel kan weggenomen worden en/of wanneer de tumor is uitgezaaid , zal er meestal nog een behandeling volgen met radioactief jodium. De details van deze behandeling bespreek je best met je behandelteam.

Na een verwijdering van de volledige schildklier moet men levenslang schildklierhormoon in tabletjes innemen.