Hypofyse

de controlekamer van het hormonaal systeem

De hypofyse (spreek uit als “hiepoofieze”), soms ook wel hersenaanhangsel genoemd, is een kleine klier (ongeveer zo groot als een grote erwt) die met een steeltje aan de hersenen hangt en ondersteund wordt door bot ( sella tursica). Ze ligt tussen de 2 ogen op ongeveer 5 cm diepte. Aan de voorkant van de hypofyse kruisen de oogzenuwen. Deze klier weegt ongeveer 0.1 g bij de geboorte en groeit tot gemiddeld 0.6 g bij volwassenen. Ze bestaat uit 2 delen: de voorste kwab ( adenohypophyse) en de achterste kwab ( neurohypofyse).

hypofyselocatienl copy

De hypofyse ligt midden in het hoofd, achter de neusbrug en is via de hypofysesteel verbonden met de hypothalamus, een onderdeel van de hersenen.

De hypofyse is de dirigent van het hormonaal systeem omdat ze verscheidene hormonen maakt die de hormoonproductie in andere klieren zal aansturen:

GH = Groeihormoon: stimuleert de groei van oa beenderen en spieren

PRL = Prolactine : stimuleert de aanmaak van moedermelk

TSH = Thyreoid stimulerend hormoon : spoort de schildklier aan om schildklierhormoon te produceren

ACTH = Adreno corticotroop hormoon: stimuleert de bijnier om cortisol te maken

LH = luteïniserend hormoon : stimuleert de hormoonaanmaak in de teelballen of de eierstokken

FSH = Follikel stimulerend hormoon: stimuleert de hormoonaanmaak en de rijping van zaadcellen of eicellen  in de teelballen of de eierstokken

 

Uit het achterste gedeelte van de hypofyse worden de volgende hormonen losgelaten:

ADH = Antidiuretisch hormoon : vermindert het waterverlies in de nieren

Oxytocine : doet de baarmoeder samentrekken tijdens de bevalling en helpt moedermelk vrijzetten uit de borst. Het stimuleert ook sociale interactie

hypofysezondertitelnl500x500 copy

Klik op de figuur om ze op volledig scherm te zien

De hypofyse maakt verscheidene hormonen aan die de werking van andere organen en hormoonklieren beïnvloeden.

De hypofyse wordt zelf gecontroleerd door het deel van de hersenen dat er juist boven ligt: de hypothalamus. Sommige zenuwcellen in de hypothalamus maken neurohormonen en neurotransmitters  aan die langs de kleine bloedvaatjes in de steel de voorkwab van de hypofyse bereiken en daar de aanmaak van hormonen stimuleren of remmen. De aanmaak van groeihormoon in de hypofyse, bij voorbeeld, wordt gestimuleerd door groeihormoon- releasing hormoon (GHRH) en geremd door somatostatine, die beiden in de hypothalamus worden geproduceerd.

Daarnaast meet de hypofyse ook constant het peil van hormonen die door haar gestimuleerd worden.  Als er bij voorbeeld genoeg schildklierhormoon in het bloed zit, zal de hypofyse stoppen om de schildklier nog verder aan te porren. Daalt het schildklierhormoon, dan maakt de hypofyse weer meer schildklierstimulerend hormoon (TSH) aan.  Dit wordt “positieve of negatieve feedback” genoemd.

Voor de achterkwab van de hypofyse is de situatie iets anders: de uitlopers van sommige zenuwcellen in de hypothalamus lopen tot in de hypofyse achterkwab en stellen daar hun hormonen vrij in de bloedbaan. De werking van al deze hormoonsystemen wordt verder uitgelegd in de verschillende “hormoonassen” hierna.