hypofyse - teelbal- as

hoe de hypofyse de werking van de teelbal beïnvloedt

De teelbal (testis) wordt bij de foetus aangelegd in de buurt van de nieren en zal voor de geboorte een hele weg moeten afleggen om uiteindelijk in de balzak (scrotum) aan te komen. Indien dit niet volledig gebeurt spreekt men van “cryptorchidie” (= verborgen teelbal). Vaak is dit aan 1 kant maar soms kunnen beide teelballen niet indalen.  Meestal blijven de teelbal(len) in het lieskanaal zitten maar soms zijn ze gewoon in de buik blijven zitten. Teelballen die niet in de balzak zitten ontwikkelen zich na de geboorte niet optimaal en kunnen minder of helemaal geen zaadcellen meer produceren.  Om de vruchtbaarheid te vrijwaren is het dan ook belangrijk dat de teelbal , liefst voor de leeftijd van 6-12  maanden, in de balzak gebracht wordt. Teelballen die in de buik blijven zitten moeten zeker chirurgisch opgezocht worden, want er bestaat een (kleine) kans dat er kwaadaardige tumoren in verschijnen.

De teelbal bestaat voornamelijk uit zaadbuisjes die zorgen voor de aanmaak van zaadcellen (spermatozoïden).  Tussen deze zaadbuisjes liggen er losse cellen, de cellen van Leydig, die verantwoordelijk zijn voor de productie van mannelijk hormoon:  testosteron.

Testosteron is een steroïdhormoon dat via veel tussenstapjes wordt aangemaakt vanuit cholesterol. Het wordt in het bloed getransporteerd door 2 eiwitten: SHBG (sex hormoon bindend globuline) en albumine. Slechts enkele procenten circuleert vrij.  Testosterone  heeft een dagritme waarbij de hoogste concentraties in het bloed ’s morgens voorkomen en de laagste concentraties in de namiddag.  Het is dus belangrijk om het uur van de bloedafname te noteren.

In de meeste weefsels moet testosteron eerst omgezet worden tot het krachtiger dehydrotestosteron (DHT) om actief te zijn. Dit gebeurt door middel van een enzyme: “5 alfa reductase”.  Voor andere effecten wordt het testosteron eerst door het enzyme “aromatase” omgezet tot een vrouwelijk hormoon (!!). Mannen en vrouwen hebben dus beiden “mannelijke” en “vrouwelijke” hormonen.

Testosteron heeft, rechtstreeks of na omzetting, een effect op veel verschillende weefsels in het lichaam maar is cruciaal belangrijk voor de voortplanting.

Biologische effecten van testosteron

na omzetting tot dehydrotestosteron groei prostaat, penis, balzak
haargroei in aangezicht , bovenrug en borstkas
stimulatie talgklieren in de huid
….
na omzetting tot oestradiol sluiting groeischijven
botopbouw
effect op vetten in het bloed
aderverkalking
effecten op de hersenen ?
stimuleren van groeihormoonproductie
verminderen van LH en FSH productie
vorming van zaadcellen ?
….
zonder omzetting ? spierontwikkeling
afremmen vetcelontwikkeling
seksueel gedrag
….

De testosteronproductie door de Leydig cellen wordt gestimuleerd door een hormoon uit de hypofyse: het luteïniserend hormoon (LH). Wanneer er te weinig testosteron in het bloed aanwezig is, zal het LH stijgen. Is er teveel testosteron in het bloed dan wordt het LH onderdrukt (negatieve feedback). De aanmaak van LH wordt ook beïnvloed door een hormoon uit de hypothalamus: LHRH en dat wordt zelf weer gecontroleerd door de voedingsstatus en het stresspeil van een persoon via  allerlei (neuro)hormonen ( leptine, kisspeptine, neuropeptide Y,…..). Het is immers te begrijpen dat de voortplanting geen prioriteit is wanneer de leefomstandigheden (oa voeding) slecht zijn.

productie-mannelijk-hormoon-in-levenscyclusv2

 

De productie van mannelijk hormoon is hoog voor de geboorte en tijdens de eerste 6 maanden van het leven (men noemt dit wel eens de babypuberteit).  Nadien valt de aanmaak bijna naar nul terug tot wanneer de puberteit start.

 

 

 

De zaadbuisjes in de teelbal zorgen voor de productie van zaadcellen (spermatozoïden). Testosteron, LH en een ander hormoon uit de hypofyse, namelijk het follikel stimulerend hormoon (FSH),  zijn noodzakelijk om dit mogelijk te maken. Een belangrijke component van de zaadbuisjes zijn de Sertoli cellen. Die zorgen onder andere voor de “voeding” van de zich ontwikkelende zaadcellen. Sertoli cellen maken , onder andere, het hormoon inhibine B aan dat een remmende factor is voor de aanmaak van FSH ( zie schema). Indien de zaadbuisjes beschadigd zijn ( bvb door kankermedicatie) , zal de concentratie van inhibine B in het bloed laag zijn waardoor de rem op de aanmaak van FSH vermindert, en de concentratie van FSH in het bloed stijgt.

Men kan dus heel wat te weten komen over de toestand van de teelbal door LH, FSH, testosteron en inhibine B in het bloed te meten.

gonadale-as-man